Suunto EON Steel Gebruikershandleiding - 1.6

Suunto Fused RGBM

Suunto Fused RGBM

De ontwikkeling van Suunto's decompressiemodel begon al in de jaren '80 toen Suunto het op de M-waarden gebaseerde model van Bühlmann implementeerde in de Suunto SME. Sinds die tijd heeft het onderzoek en ontwikkeling geen moment stilgestaan en is nog steeds in volle gang met bijdragen van zowel externe als interne experts.

Aan het einde van de jaren '90 implementeerde Suunto het RGBM (Reduced Gradient Bubble Model)-model van Dr. Bruce Wienke als aanvulling op het eerdere model gebaseerd op M-waarden. De eerste commerciële producten met deze functie waren de iconische Suunto Vyper en de Suunto Stinger. Door deze producten kon de veiligheid van de duiker aanzienlijk worden verbeterd, omdat hiermee een aantal duikomstandigheden buiten het bereik van de modellen met alleen opgelost gas werden aangepakt door:

  • Doorlopende monitoring van meerdaagse duiken
  • Berekenen van herhalingsduiken met korte tussenpozen
  • Reageren op een duik die dieper ging dan de duik ervoor
  • Aanpassen aan snelle opstijgingen waarin een grote hoeveelheid microbelletjes ('stille bellen') worden opgebouwd
  • Consistentie inbouwen met daadwerkelijke natuurkundige wetten van gaskinetica.

In Suunto Fused™ RGBM worden de weefsel-halfwaardetijden afgeleid van Wienke’s FullRGBM waarin het menselijke lichaam wordt weergegeven als vijftien verschillende weefselgroepen. FullRGBM kan deze aanvullende weefsels gebruiken en het vormen van gas evenals het ontgassen veel nauwkeuriger weergeven. De hoeveelheden stikstof en helium verzadiging en ontzadiging in het weefsel, worden onafhankelijk van elkaar berekend.

het grote pluspunt van Suunto Fused RGBM is een aanvullende bescherming bieden door het vermogen om zich aan te passen aan vele verschillende situaties. Voor recreatieve duikers kan dit iets langere geen-decompressietijden opleveren, afhankelijk van de gekozen persoonlijke instellingen. Voor technische duikers met een met open circuit duikset biedt dit de mogelijkheid om gasmengsels met helium te gebruiken. Mengsels met helium bieden kortere opstijgtijden tijdens diepere en langere duiken. En als laatste is het Suunto Fused RGBM-algoritme voor duikers die rebreathers gebruiken een perfect hulpmiddel als duikcomputer voor niet-gemonitorde duiken met instelpunten (set points).

Veiligheid voor de duiker

Omdat alle decompressiemodellen zuiver theoretisch zijn en niet daadwerkelijk het lichaam van de duiker kunnen monitoren, kan geen enkel compressiemodel garanderen dat DCS niet zal optreden. Experimenten hebben aangetoond dat het lichaam zich tot op zekere hoogte aanpast aan decompressie als iemand doorlopend en regelmatig duikt. Er zijn twee instellingen voor persoonlijke aanpassingen (P-1 en P-2) beschikbaar voor duikers die doorlopend duiken en bereid zijn meer persoonlijk risico te nemen.

LET OP:

Gebruik altijd dezelfde instellingen voor persoonlijke en hoogteaanpassingen voor de daadwerkelijke duik en voor het plannen ervan. Verhogen van de instellingen voor persoonlijke aanpassingen ten opzichte van de geplande instellingen, evenals het verhogen van hoogteaanpassingen, kan leiden tot langere decompressietijden en daardoor tot de noodzaak van een groter volume aan benodigd gas. Er kan een tekort optreden aan ademgas onder water als uw instellingen voor persoonlijke aanpassingen zijn veranderd nadat het duikplan werd ingesteld.

Duiken op hoogte

De atmosferische druk in hoger gelegen omgevingen is lager dan op zeeniveau. Nadat u naar een hoger gelegen omgeving bent gereisd, zal er meer stikstof in uw lichaam aanwezig zijn in vergelijking met de bestaande, evenwichtige situatie op uw oorspronkelijke hoogte. Deze extra stikstof wordt langzaam vrijgegeven en later zal dit evenwicht weer worden bereikt. Wij raden u aan om te acclimatiseren op de nieuwe hoogte door tenminste drie uur te wachten voordat u gaat duiken.

Voordat u op hoogte gaat duiken, moet u de hoogte-instellingen van uw duikcomputer aanpassen zodat in de berekeningen met deze hoogte rekening gehouden wordt. De maximale gedeeltelijke stikstofdruk die is toegestaan in het rekenkundige model van de duikcomputer, wordt verminderd overeenkomstig de lagere omgevingsdruk.

Als gevolg daarvan zullen de limieten voor de geen-compressiestop aanzienlijk worden verminderd.

WAARSCHUWING:

SELECTEER DE JUISTE HOOGTE-INSTELLING! Als u op meer dan 300 m/1000 ft boven de zeespiegel gaat duiken, moet de hoogte correct ingesteld worden om de duikcomputer de juiste decompressiestatus te laten berekenen. De duikcomputer is niet bedoeld voor gebruik op meer dan 3000 meter /10000 ft boven de zeespiegel. Als u niet de juiste hoogte hebt ingesteld of boven de maximale hoogtelimiet gaat duiken, zijn de duik- en planningsgegevens foutief.

Zuurstofblootstelling

De berekeningen voor zuurstofblootstelling zijn gebaseerd op tabellen en principes die zijn vastgelegd in de huidige, algemeen geaccepteerde blootstellingtijden. Daarnaast gebruikt de duikcomputer verschillende methoden om de zuurstofblootstelling zo behoudend mogelijk in te schatten. Bijvoorbeeld:

  • De weergegeven berekeningen voor zuurstofblootstelling worden omhoog afgerond naar het eerstvolgende percentage.
  • De CNS%-limieten tot aan 1,6 bar (23,2 psi) zijn gebaseerd op de limieten in het NOAA Duikhandboek van 1991.
  • Het monitoren van de OTU is gebaseerd op het dagelijkse tolerantieniveau voor de lange termijn en de herstelfactor is verlaagd.

Gegevens gerelateerd aan zuurstof die door de duikcomputer worden weergegeven, zijn ook zodanig opgezet dat alle waarschuwingen en meldingen getoond worden tijdens de overeenkomstige fasen van de duik. Bijvoorbeeld: de volgende informatie wordt voorafgaand en tijdens de duik gegeven als de computer in de Lucht/Nitrox- of Trimix-modus is ingesteld:

  • Het geselecteerde O2% (en mogelijk helium %)
  • CNS% en OTU
  • Hoorbare meldingen als CNS% 80% bereikt en daarna een melding als de 100% limiet is overschreden
  • Meldingen als OTU 250 heeft bereikt en daarna weer als de limiet van 300 is overschreden
  • Hoorbaar alarm als de pO2-waarde over de vooraf ingestelde limiet gaat (hoog pO2-alarm)
  • Hoorbaar alarm als de pO2-waarde < 0,18 is (laag pO2-alarm)
WAARSCHUWING:

WANNEER DE AANDUIDING VAN DE ZUURSTOFLIMIETWAARDE AANGEEFT DAT DE MAXIMALE LIMIET IS BEREIKT, DIENT U ONMIDDELLIJK ACTIE TE ONDERNEMEN OM DE ZUURSTOFBLOOTSTELLING TE VERLAGEN. Als u geen actie onderneemt om de zuurstofblootstelling te verlagen nadat een CNS%/OTU-waarschuwing is afgegeven, kan dit het risico op zuurstofvergiftiging, letsel of de dood tot gevolg hebben.