Suunto Ambit2 Gebruikershandleiding - 2.0

Table of Content

Profiel op activiteit aanpassen

Het Hoogtemeter-profiel moet worden geselecteerd wanneer bij uw buitenactiviteit hoogteverschillen voorkomen (bijv. wandelen op heuvelachtig terrein).

Als in uw buitenactiviteit geen hoogteverschillen voorkomen (bijvoorbeeld bij voetballen, zeilen of roeien), selecteert u het profiel Barometer.

Voor de juiste uitlezingen moet u het profiel op de activiteit afstemmen. U kunt Suunto Ambit2 een geschikt profiel voor de activiteit laten bepalen of zelf een profiel kiezen.

OPMERKING:

U kunt in Movescount of op uw Suunto Ambit2 een profiel definiëren als onderdeel van de instellingen voor een sportmodus.

Profielen instellen

Hoe het profiel voor Alti & Baro in te stellen:

  1. Houd Next ingedrukt om het optiemenu te openen.
  2. Scroll met Light Locknaar Alti-Baro en open dit met Next.
  3. Druk op Next om Profiel te selecteren.
  4. Scroll met Start Stop of Light Lock door de profielopties (Automatisch, Hoogtemeter, Barometer). Selecteer een profiel met Next.

setting profiles

Referentiewaarden instellen

Hoe referentiewaarden voor luchtdruk op zeeniveau of hoogte in te stellen:

  1. Houd Next ingedrukt om het optiemenu te openen.
  2. Scroll met Light Locknaar Alti-Baro en open dit met Next.
  3. Scroll met Light Locknaar Referentie en open dit met Next. De volgende instelopties zijn beschikbaar:
  4. FusedAlti: GPS wordt ingeschakeld en het apparaat begint met het berekenen van de hoogte op basis van FusedAlti. Voor meer informatie, zie FusedAlti.
  5. Handmatige hoogte: De hoogte handmatig instellen.
  6. Druk op zeeniveau: De referentiewaarde van de druk op zeeniveau handmatig instellen.
  7. Stel de referentiewaarde in met Start Stop en Light Lock. Accepteer de instelling met Next.

setting reference values Ambit2

TIP:

U kunt de Referentie-instelling opvragen door View ingedrukt te houden in de Alti & baro-modus.

U kunt uw hoogte ook tijdens een training instellen (zie Hoogte instellen tijdens een training).