가까운 대리점/서비스 센터 찾기

Suunto Traverse Alpha Gebruikershandleiding - 2.0

Alti-Baro

Suunto Traverse Alpha meet doorlopend de absolute luchtdruk met behulp van de ingebouwde druksensor. Op basis van deze meting en van referentiewaarden berekent het instrument de hoogte of luchtdruk op zeespiegelniveau.

Er zijn drie profielen beschikbaar: Automatisch, Hoogtemeter en Barometer. Zie Profiel afstemmen op activiteit voor informatie over het instellen van de profielen.

Om de informatie van alti-baro te bekijken, drukt u op NEXT in de tijdsweergave of activeert u de weergave alti-baro in het weergavemenu.

altimeter views

U kunt de verschillende weergaven bekijken door op VIEW (bekijken) te drukken.

In het alti(hoogte)meter profiel ziet u:

  • hoogte + temperatuur
  • hoogte + zonsopgang/ondergang
  • hoogte + referentiewaarde
  • 12u hoogtegrafiek + hoogte

altimeter views

In het barometerprofiel ziet u de corresponderende weergaven:

  • luchtdruk + temperatuur
  • luchtdruk + zonsopgang/-ondergang
  • luchtdruk + referentiepunt
  • 24u luchtdrukgrafiek + luchtdruk

De weergaven met tijden voor zonsopgang en zonsondergang zijn beschikbaar wanneer GPS is geactiveerd. Als GPS niet actief is, worden de tijden van zonsopgang en zonsondergang gebaseerd op de laatst geregistreerde GPS-gegevens.

U kunt de weergave alti-baro tonen/verbergen vanuit het startmenu.

Verbergen van de weergave alti-baro:

  1. In de tijdsweergave drukt u op START.
  2. Blader naar DISPLAYS met LIGHT en druk op NEXT.
  3. Blader naar Alti-Baro stoppen en druk op NEXT.
  4. Houd de knop NEXT ingedrukt om af te sluiten.

Herhaal de procedure en druk op Alti-Baro om de weergave weer te tonen.

OPMERKING:

Indien u uw Suunto Traverse Alpha om uw pols draagt, moet u het afnemen om een nauwkeurige temperatuurslezing te krijgen omdat uw lichaamstemperatuur de aanvankelijke lezing beïnvloedt.

Juiste lezingen verkrijgen

Indien uw buitenactiviteit de juiste hoogte of de luchtdruk op zeeniveau verlangt, dan moet u eerst uw Suunto Traverse Alpha kalibreren door de huidige hoogte of de huidige luchtdruk op zeeniveau in te voeren.

TIP:

Absolute luchtdruk + bekende hoogtereferentie = luchtdruk op zeeniveau Absolute luchtdruk + bekende referentie van luchtdruk op zeeniveau = hoogte

U kunt de hoogte van uw locatie vinden op topografische kaarten en bijvoorbeeld op Google Earth. Een referentie voor de luchtdruk op zeeniveau kunt u vinden op de websites van nationale meteorologische diensten.

pressure sensor Traverse

LET OP:

Houdt het gebied rond de sensor stof- en zandvrij. Steek nooit iets in de opening van de sensor.

IndienFusedAlti is geactiveerd, wordt de hoogteuitlezing automatisch gecorrigeerd door de gegevens te combineren van FusedAlti, hoogtemeting en luchtdruk op zeeniveau. Voor meer informatie, zie FusedAlti.

Wijzigingen in plaatselijke weersomstandigheden beïnvloeden de hoogtelezingen. Als het plaatselijke weer vak verandert, raden we aan om de huidige hoogtereferentie vaker aan te passen bij voorkeur voordat u met uw reis begint wanneer deze waarden beschikbaar zijn. Zolang het plaatselijke weer stabiel blijft, hoeft u de referentiewaarden niet te wijzigen.

Hoe referentiewaarden voor luchtdruk op zeeniveau of hoogte in te stellen:

  1. Houd NEXT ingedrukt om het optiemenu te openen.
  2. Blader naar ALTI-BARO met LIGHT en druk op NEXT.
  3. Druk op NEXT om Referentiete openen. De volgende instelopties zijn beschikbaar:
  4. FusedAlti: GPS wordt ingeschakeld en het horloge begint met het berekenen van de hoogte op basis van FusedAlti.
  5. Hoogte: De hoogte handmatig instellen.
  6. Druk op zeeniveau: De referentiewaarde van de druk op zeeniveau handmatig instellen.
  7. Stel de referentiewaarde in met START en LIGHT. Accepteer de instelling met NEXT.
TIP:

Als er geen activiteit wordt vastgelegd, druk dan op START in de alti-baro weergave om direct naar het ALTI-BARO menu te gaan.

Gebruiksvoorbeeld: Instellen van de referentiewaarde voor hoogte

Het is de tweede dag van uw tweedaagse wandeling. U beseft dat u bent vergeten om over te schakelen van het barometerprofiel naar het hoogtemeterprofiel toen u vanmorgen begon. U weet dat de huidige hoogte-uitlezingen die worden gegeven door uw Suunto Traverse Alpha verkeerd zijn.

U wandelt dus naar de dichtstbijzijnde locatie die op uw topografische kaart met hoogtemeting wordt aangegeven. U corrigeert de referentiewaarde voor de hoogte van uw Suunto Traverse Alpha overeenkomstig en schakelt
 over naar het hoogtemeterprofiel. Uw hoogtelezingen zijn weer juist.

Profiel afstemmen op activiteit

Het hoogtemeterprofiel moet geselecteerd zijn als uw openluchtactiviteit aan hoogtewijzigingen onderhevig is (bijv. een trektocht in heuvelig terrein).

Het barometerprofiel moet geselecteerd worden als in uw buitenactiviteit geen hoogteverschillen voorkomen (bijvoorbeeld bij roeien).

Voor de juiste uitlezingen moet u het profiel op de activiteit afstemmen. U kunt Suunto Traverse Alpha een geschikt profiel voor de activiteit laten bepalen met het automatische profiel of zelf een profiel kiezen.

OPMERKING:

U kunt ook een specifiek profiel kiezen voor elk van de sportmodi in de geavanceerde instellingen voor sportmodi in Movescount.

Instellen van het alti-baro profiel:

  1. Houd NEXT ingedrukt om het optiemenu te openen.
  2. Blader naar ALTI-BARO met LIGHT en druk op NEXT.
  3. Blader naar Profiel met START en druk op NEXT.
  4. Wissel het profiel met START of LIGHT en bevestig uw keuze met NEXT.
  5. Houd NEXT ingedrukt om af te sluiten.

Onjuiste uitlezingen

Als het hoogtemeterprofiel langere tijd is ingeschakeld met het apparaat op een vaste locatie terwijl het plaatselijke weer verandert, geeft het apparaat onjuiste hoogte-uitlezingen.

Als het hoogtemeterprofiel is ingeschakeld en het weer verandert vaak terwijl u op hoogte klimt of in hoogte daalt, geeft het apparaat onjuiste uitlezingen

Als het barometerprofiel gedurende langere tijd is ingeschakeld terwijl u op hoogte klimt of in hoogte daalt, veronderstelt het apparaat dat u stilstaat en interpreteert uw wijzigingen in hoogte als wijzigingen in luchtdruk op zeeniveau. Daarom geeft het u onjuiste uitlezingen voor luchtdruk op zeeniveau.

Gebruik van het altimeterprofiel

Het hoogtemeterprofiel berekent de hoogte op basis van referentiewaarden. De referentiewaarde kan betrekking hebben op de luchtdruk op zeeniveau of op de hoogtemeting. Als het hoogtemeterprofiel actief is, verschijnt het hoogtemeterpictogram op de display.

altimeter profile Traverse

Profiel Barometer gebruiken

Het barometerprofiel toont de huidige luchtdruk op zeeniveau. Deze wordt gebaseerd op referentiewaarden en de continue gemeten absolute luchtdruk.

Als het barometerprofiel actief is, wordt het barometerpictogram op de display getoond.

barometer profile Traverse

Gebruik van het automatische profiel

Het automatische profiel schakelt tussen de hoogtemeter- en barometerprofielen aan de hand van uw bewegingen.

Wijzigingen in hoogte en in het weer kunnen niet tegelijkertijd worden gemeten, omdat beide soorten wijzigingen leiden tot verandering van de omgevingsluchtdruk. Suunto Traverse Alpha registreert verticale bewegingen en schakelt, indien nodig, over op hoogtemeting. Als de hoogte wordt weergegeven, wordt deze met een maximale vertraging van 10 seconden bijgewerkt.

Als u op een constante hoogte bent (minder dan 5 meter verticale beweging binnen 12 minuten), gaat Suunto Traverse Alpha ervan uit dat alle drukveranderingen wijzigingen in het weer zijn. Het meetinterval is 10 seconden. De hoogte-uitlezing blijft gelijk en als het weer verandert, wordt dat aangegeven als wijziging in de luchtdruk op zeeniveau.

Indien u hoogte wint of verliest (meer dan 5 meter verticale beweging binnen 3 minuten), gaat Suunto Traverse Alpha ervan uit dat alle drukveranderingen wijzigingen in hoogte zijn.

Afhankelijk van het actieve profiel kunt u de hoogtemeter- of barometerprofielen uitlezen in de alti-baro weergave met VIEW.

OPMERKING:

Wanneer u het automatische profiel gebruikt, worden de barometer- of hoogtemeterpictogrammen niet op de display getoond.