Navigeren met GPS

Suunto Traverse Gebruikershandleiding - 2.0

Navigeren met GPS

Navigeren met GPS

Suunto Traverse gebruikt GPS (Global Positioning System) om uw huidige locatie te bepalen. GPS bestaat uit een verzameling satellieten die op 20.000 km hoogte een baan om de aarde afleggen met een snelheid van 4 km per seconde.

De ingebouwde GPS-ontvanger in Suunto Traverse is geoptimaliseerd voor gebruik vanaf de pols en ontvangt gegevens onder een zeer grote hoek.

GPS-signaal verkrijgen

Suunto Traverse schakelt GPS automatisch in als u een sportmodus selecteert met de GPS-functies, uw locatie bepaalt of begint met navigeren.

GPS signal strength Ambit3

OPMERKING:

Als u GPS de eerste keer inschakelt of GPS lange tijd niet hebt gebruikt, kan het langer dan normaal duren om een GPS-peiling te verkrijgen. Een volgende keer dat u GPS inschakelt, verkrijgt het apparaat sneller een peiling.

TIP:

U kunt de GPS sneller zijn signaal laten vinden door het horloge stabiel en met de GPS omhoog vast te houden in open terrein, waar u onbelemmerd zicht naar boven hebt.

TIP:

Synchroniseer uw Suunto Traverse regelmatig met Suunto Movescount om de meest recente gegevens van de satellietontvangst te verkrijgen. Hierdoor heeft de GPS minder tijd nodig om zijn positie te bepalen en wordt uw signaal accurater in het horloge vastgelegd.

Oplossen van problemen: Geen GPS-signaal

  • U krijgt een optimaal signaal door het GPS-gedeelte van het horloge naar boven te richten. U ontvangt het beste signaal in open terrein, waar u onbelemmerd zicht naar boven hebt.
  • De GPS-ontvanger werkt meestal ook goed in een tent of andere ruimte met een dun dak. Objecten, gebouwen, dichte begroeiing en bewolking kunnen de ontvangstkwaliteit van het GPS-signaal echter nadelig beïnvloeden.
  • Het GPS-signaal dringt niet door massieve constructies of water heen. Het heeft daarom geen zin GPS in te schakelen in gebouwen, kelders, grotten of onder water.

GPS-rasters en positie formaten

Rasters zijn lijnen op een kaart die het coördinatensysteem bepalen dat op de kaart wordt gebruikt.

Het positieformaat is de manier waarop de positie van de GPS-ontvanger op het horloge wordt aangegeven. Alle formaten geven dezelfde locatie aan. Ze doen dat echter op verschillende manieren. U kunt de wijze waarop het horloge het formaat weergeeft veranderen in de menuopties onder ALGEMEEN » Formaat/eenheid » Indeling positie.

U kunt het formaat selecteren uit de volgende rasters:

  • breedte/lengte is het meest gangbare raster en kent drie formaten:
    • WGS84 Hd.d°
    • WGS84 Hd°m.m'
    • WGS84 Hd°m's.s
  • UTM (Universal Transverse Mercator) toont een tweedimensionale horizontale positie weergave.
  • MGRS (Military Grid Reference System) is een uitbreiding van UTM en bestaat uit een rasterzone-aanduiding, identificatie in een gebied van100.000 vierkante meter en een numerieke locatie.

Suunto Traverse ondersteunt ook de volgende lokale rasters:

  • Brits (BNG)
  • Fins (ETRS-TM35FIN)
  • Fins (KKJ)
  • Iers (IG)
  • Zweeds (RT90)
  • Zwiters (CH1903)
  • UTM NAD27 Alaska
  • UTM NAD27 Alaska
  • UTM NAD83
  • NZTM2000 (Nieuw Zeeland)
OPMERKING:

Sommige rasters kunnen niet worden gebruikt in gebieden ten noorden van 84° noorderbreedte en ten zuiden van 80° zuiderbreedte, of buiten de landen waarvoor ze bedoeld zijn.

GPS-nauwkeurigheid en energiebesparing

Wanneer u sportmodi aanpast, kunt u het interval van GPS-peilingen definiëren met behulp van de instelling voor GPS-nauwkeurigheid in Suunto Movescount. Hoe korter het interval, des te beter de nauwkeurigheid tijdens de opname.

Door het interval te verhogen en de nauwkeurigheid te verlagen kunt u de levensduur van de batterij verlengen.

De opties voor GPS-nauwkeurigheid zijn:

  • Beste: ~ peilingsinterval van 1 seconde, hoogste stroomverbruik
  • Goed: ~ peilingsinterval van 5 seconden, gemiddeld stroomverbruik
  • OK: ~ peilingsinterval van 60 seconden, laagste stroomverbruik
  • Uit: geen GPS-peiling

U kunt de vooraf gedefinieerde GPS-nauwkeurigheid van de sportmodus indien nodig alleen tijdens een opname en tijdens navigatie aanpassen. Bijvoorbeeld: als u merkt dat de batterij leeg begint te raken, kunt u de instelling aanpassen om de levensduur van de batterij te verlengen.

Stel de nauwkeurigheid van de GPS in via het startmenu onder NAVIGATIE » Instellingen » GPS-nauwkeurigheid.

GPS en GLONASS

Suunto Traverse gebruikt een Global Navigation Satellite System (GNSS) om uw locatie te bepalen. De GNSS kan signalen gebruiken van zowel GPS- als GLONASS-satellieten.

Uw horloge zoekt standaard alleen naar GPS-signalen. In sommige situaties en locaties die al bestaan, kan het gebruik van GLONASS-signalen de nauwkeurigheid van een locatie verbeteren. Houd er echter rekening mee dat het gebruik van GLONASS meer stroom verbruikt dan alleen het gebruik van GPS.

U kunt GLONASS op elk moment inschakelen of uitschakelen, zelfs tijdens het opnemen van een activiteit.

Om GLONAS in of uit te schakelen:

  1. Houd NEXT ingedrukt om het optiemenu te openen.
  2. Blader naar NAVIGATIE met START en selecteer met NEXT.
  3. Blader naar Instellingen met LIGHT en selecteer met NEXT.
  4. Blader naar GNSS met START en selecteer met NEXT.
  5. Kies GPS & GLONASS om GLONASS te activeren. Indien het al ingeschakeld is, kiest u GPS om GLONASS uit te schakelen.
  6. Houd de knop NEXT ingedrukt om af te sluiten.
OPMERKING:

GLONASS wordt alleen gebruikt indien GPS-nauwkeurigheid is ingesteld op best. (Zie GPS-nauwkeurigheid en energiebesparing).