Suunto EON Core - Functies - Duiken met rebreather
Find a dealer/service center

Suunto EON Core Gebruikershandleiding

Duiken met rebreather

Duiken met rebreather

U kunt uw Suunto EON Core gebruiken voor rebreatherduiken door uw apparaat in DM5 aan te passen. Suunto raadt u aan om de klassieke of grafische stijl te gebruiken voor rebreatherduiken. U kunt echter ook voor opvallende weergaven kiezen en desgewenst velden aanpassen.

Met de vaste instelpuntberekening kan de Suunto EON Core gebruikt worden als een back-upduikcomputer tijdens rebreatherduiken. Uw computer controleert of volgt de rebreather op geen enkele manier.

Wanneer u uw aangepaste multigasmodus selecteert voor CCR-duiken in de duikmodus, wordt het gasmenu in tweeën gesplitst: CC-gassen (‘closed-circuit gases’ of gesloten circuit-gassen) en OC-gassen (‘open-circuit gases’ of open circuit-gassen).

OPMERKING:

Voor rebreatherduiken mag de Suunto EON Core uitsluitend gebruikt worden als back-upapparaat. De belangrijkste controle- en opvolgprocedures van uw gassen moeten via de rebreather zelf worden uitgevoerd.

Closed circuit-gassen

Tijdens een duik met een rebreather heeft u minimaal twee closed circuit-gassen nodig: één is uw pure zuurstoffles en de andere een diluent gas. U kunt extra diluent gassen definiëren indien nodig.

De juiste zuurstof- en heliumpercentages van de diluent gas(sen) in uw diluent gasfles(sen) moeten altijd ingevoerd worden in de duikomputer (of via DM5) om te zorgen voor juiste weefsel- en zuurstofberekeningen. Diluent gassen voor een duik met een rebreather worden gedefinieerd onder CC gases (OC-gassen) in het hoofdmenu.

Open circuit-gassen

Net zoals met diluents, moet u altijd de juiste zuurstof- en heliumpercentages van bail-outgas(en) voor al uw cilinders (en extra gassen) definiëren om voor correcte weefsel- en zuurstofberekeningen te zorgen . Bail-outgassen voor een duik met een rebreather worden gedefinieerd onder OC gases (OC-gassen) in het hoofdmenu.

Instelpunten

Uw aangepaste rebreather-duikmodus heeft twee instelpuntwaarden: laag en hoog. Beide kunnen ingesteld worden:

  • Laag instelpunt: 0,4 – 0,9 (standaard: 0,7)
  • Hoog instelpunt: 1,0 – 1,6 (standaard: 1,3)

Normaal gesproken hoeft u de standaard instelpuntwaarden niet aan te passen. U kunt ze indien nodig echter wijzigen in DM5 of in het hoofdmenu.

Om de instelpuntwaarden in uw Suunto EON Core te wijzigen:

  1. Houd in de oppervlaktestand de middelste knop ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
  2. Blader naar Instelpunt met de bovenste knop en selecteer met de middelste knop.
  3. Blader naar Laag instelpunt of Hoog instelpunt en selecteer met de middelste knop.
  4. Stel de instelpuntwaarde in met behulp van de onderste of bovenste knop en bevestig met de middelste knop.
  5. Houd de middelste knop ingedrukt om het menu af te sluiten.

Schakelen tussen instelpunten

Er kan automatisch geschakeld worden tussen instelpunten, afhankelijk van de diepte. De diepte voor het overschakelen naar de lage instelpuntwaarde is standaard ingesteld op 4,5 m (15 ft) en de diepte voor het overschakelen naar de hoge instelpuntwaarde op 21 m (70 ft).

Het automatisch schakelen tussen instelpunten is standaard uitgeschakeld voor het hoge instelpunt.

Om het automatisch schakelen tussen instelpunten te wijzigen in uw Suunto EON Core:

  1. Houd in de oppervlaktestand de middelste knop ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
  2. Blader met de bovenste knop naar Instelpunt en selecteer met de middelste knop.
  3. Blader naar Overschakelen laag of Overschakelen hoog en selecteer met de middelste knop.
  4. Stel de dieptewaarde voor het schakelen tussen instelpunten in met de onderste of bovenste knop en bevestig met de middelste knop.
  5. Houd de middelste knop ingedrukt om het menu af te sluiten.

Pop-upmeldingen geven aan wanneer het instelpunt wordt geschakeld.

SetpointSwitched

Tijdens een rebreatherduik kunt u ook op elk gewenst moment naar een aangepast instelpunt overschakelen.

Om een aangepast instelpunt te wijzigen:

  1. Houd tijdens het duiken in een rebreathermodus de middelste knop ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
  2. Blader naar Aangepast instelpunt en selecteer met de middelste knop.
  3. Wijzig de instelwaarde met de onderste of bovenste knop en bevestig met de middelste knop.

Een pop-upmelding bevestigt het wijzigen van het aangepast instelpunt.

CustomSetpoint

OPMERKING:

Wanneer u overschakelt naar een aangepast instelpunt, wordt de automatische instelpuntschakeling voor de rest van de duik uitgeschakeld.

Bailouts

Indien u tijdens een duik met een rebreather een storing vermoedt, dan moet u overgaan op een bail-outgas en de duik afbreken.

Overgaan op een bail-outgas:

  1. Houd de middelste knop ingedrukt om naar het hoofdmenu te gaan.
  2. Blader naar OC gases (OC-gassen) en selecteer dit met de middelste knop.
  3. Blader naar de gewenste bail-outgas en selecteer dit met de middelste knop.

Nadat het bail-outgas geselecteerd is, wordt het veld voor het setpoint vervangen met de pO2-waarde van het geselecteerde open circuit-gas.

bailout

Indien de storing wordt opgelost of de duiksituatie op een andere manier weer normaal wordt, kunt u teruggaan naar een diluent gas met behulp van dezelfde procedure als hieronder, maar door een CC gases (CC-gassen) te selecteren.