Suunto EON Core - Functies - Decompressieduiken
Find a dealer/service center

Suunto EON Core Gebruikershandleiding

Decompressieduiken

Decompressieduiken

Als het nodig is om de nultijdlimiet (geen-decompressielimiet) te overschrijden tijdens een duik, zal de Suunto EON Core de decompressiegegevens weergeven die u nodig hebt voor het opstijgen. De opstijginformatie wordt altijd met twee waarden getoond:

  • plafond: de diepte die u niet mag overschrijden
  • opstijgtijd: de optimale opstijgtijd in minuten naar het oppervlak met de gekozen gassen
WAARSCHUWING:

STIJG NOOIT TOT BOVEN HET PLAFOND! U mag nooit opstijgen tot boven het decompressieplafond. Om te voorkomen dat u dit per ongeluk doet, raden we aan om altijd iets onder het plafond te blijven.

Tijdens een decompressieduik kunnen er drie soorten stops nodig zijn:

  • Veiligheidsstop
  • Dieptestop
  • Decompressiestop

U kunt dieptestops in- of uitschakelen onder Duikinstellingen/Parameters. Daarnaast kunt u de duur van de veiligheidsstop instellen op 3, 4 of 5 minuten.

De onderstaande afbeelding toont hoe decompressie wordt weergegeven op de Suunto EON Core. Wanneer u stijgt tot dicht bij de plafonddiepte en in de buurt van het decovenster komt, verschijnen er twee pijlen voor het plafondcijfer.

decompression explained

Het gebied van het decovenster is de plafonddiepte + 3,0 meter (9 ft). Dit is het gebied waarin decompressie plaatsvindt. Hoe dichter u bij het plafond blijft, hoe optimaler de decompressietijd is.

Indien u boven de plafonddiepte stijgt, is er nog steeds een veilig margegebied, gelijk aan de plafonddiepte – 0,6 meter (2 ft). In dit veilige margegebied wordt de decompressie nog steeds berekend, maar wordt u geadviseerd tot onder de plafonddiepte te dalen. Dit wordt aangegeven doordat het getal van de plafonddiepte geel kleurt met een pijl die naar beneden wijst.

Indien u boven het veilige margegebied stijgt, zal de berekening van de decompressie gepauzeerd worden totdat u weer onder deze limiet daalt. Een hoorbaar alarm en een pijl die naar beneden wijst die voor het rode plafondcijfer wordt weergegeven, geven een onveilige decompressie aan.

Indien u het alarm negeert en drie minuten lang boven de veilige marge blijft, vergrendelt de Suunto EON Core de algoritmeberekening, en zal de decompressie-informatie niet meer beschikbaar zijn tijdens de duik. Zie Algorithm_lock (Aanpassen).

Hieronder vindt u een typische decompressieduikweergave die de opstijgtijd laat zien en de eerste vereiste dieptestop op 20,3 meter:

Asc Time Core

Suunto EON Core toont de plafondwaarde altijd vanaf de diepste van deze stops. Plafonds voor dieptestops en veiligheidsstops zijn altijd een constante diepte als u op de stop bent. De stoptijd wordt afgeteld in minuten en seconden.

Hieronder vindt u een voorbeeld van de manier waarop uw Suunto EON Core de dieptestop laat zien:

Deepstop Core

Hieronder vindt u een voorbeeld van de manier waarop uw Suunto EON Core de veiligheidsstop laat zien:

SafetyStop noDeco Core

Tijdens de decompressiestops zal het plafond altijd verminderen als u dichtbij de plafonddiepte komt, waardoor uw decompressie continu en gelijkmatig verloopt met een optimale opstijgtijd.

Hieronder vindt u een voorbeeld van de manier waarop uw Suunto EON Core de decompressiestop laat zien:

Decostop Core

OPMERKING:

Wij raden altijd aan om zo dicht mogelijk bij het decompressieplafond te blijven tijdens het opstijgen.

De opstijgtijd is altijd de minimale tijd die nodig is om het oppervlak te bereiken. Dit omvat:

  • Tijd vereist voor dieptestops
  • Opstijgtijd van diepte op 10 m (33 ft) per minuut
  • Tijd nodig voor decompressie
WAARSCHUWING:

DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN DE TIJD DIE DOOR DE DUIKCOMPUTER WORDT WEERGEGEVEN! De opstijgtijd neemt toe als u: (1) langer op diepte blijft, (2) langzamer dan 10 m/min (33 ft/min) stijgt, (3) een decompressiestop maakt onder het plafond, (4) en/of vergeet het gebruikte gasmengsel te wisselen. Deze factoren zijn ook van invloed op de hoeveelheid lucht die u nodig hebt om de oppervlakte te bereiken.

Laatste stopdiepte

U kunt de laatste stopdiepte voor decompressieduiken instellen onder Dive settings (Duikinstellingen) / Parameters (Parameters) / Last stop depth (Laatste stopdiepte). Er zijn drie opties: 3, 4,5 en 6 m (10, 15 en 20 ft).

De laatste stopdiepte is standaard ingesteld op 3 m (10 ft). Dit is de aanbevolen laatste stopdiepte.

OPMERKING:

Deze instelling heeft geen invloed op de plafonddiepte tijdens een decompressieduik. De laatste plafonddiepte is altijd 3 m (10 ft).