Suunto is committed to achieving Level AA conformance for this website in conformance with the Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.0 and achieving compliance with other accessibility standards. Please contact Customer Service at USA +1 855 258 0900 (toll free), if you have any issues accessing information on this website.

Suunto DX Gebruikershandleiding -

Duikmodi

Suunto DX heeft de volgende duikmodi:

  • Air (lucht): voor duiken met normale lucht
  • Mixed (gemengd gas): voor duiken met zuurstof verrijkte en helium-gasmengsels
  • CCR (CCR): voor duiken met rebreather
  • Gauge (meter): om de duikcomputer als bodemtimer te gebruiken.
  • Off (uit): schakelt de duikmodus volledig uit; de duikcomputer schakelt niet automatisch naar de duikmodi wanneer ondergedompeld en de duikplanningmodus is verborgen

De Air (lucht) modus wordt automatisch geactiveerd wanneer u de duikmodus ingaat. Onder de algemene instellingen kunt u veranderen welke modus geactiveerd is of de duikmodus uitschakelen.

Om duikmodi te veranderen:

  1. Houd in de tijdsmodus DOWN ingedrukt.
  2. Druk op SELECT om naar Dive Mode (Duikmodus) te gaan.
  3. Verander de gewenste modus met UP of DOWN en bevestig met SELECT.
  4. Druk op MODE om af te sluiten.

Elke duikmodus heeft zijn eigen instellingen die u moet aanpassen wanneer u in die modus bent.

Instellingen duikmodus wijzigen:

  1. Houd in de duikmodus DOWN ingedrukt.
  2. Druk op DOWN of UP om door de instellingen te bladeren.
  3. Druk op SELECTom een instelling te openen.
  4. Pas de instelling aan met DOWN of Up en bevestig met SELECT.
  5. Druk op MODE om af te sluiten.
OPMERKING:

Sommige instellingen kunnen niet veranderd worden totdat (5) minuten na de duik verstreken zijn.

Air (lucht) modus

Air (lucht) modus is voor duiken met gewone lucht en heeft de volgende instellingen:

Modus gemengd gas

Suunto DX heeft een gemengd gas-modus voor duiken met zuurstof en/of heliummengsels in een open systeem.

Mixed (gemengd) modus heeft de volgende instellingen:

In de modus voor gemengd gas is de standaardinstelling standaardlucht (21% O2 en 0% He) en is de partiële zuurstofdruk (pO2) 1,4 bar (20 psi).

De standaardinstelling voor maximale partiële zuurstofdruk is 1,4 bar (20 psi). Geldige waarden zijn 0,5-1,6 bar (7-23 psi).

Gas wisselen tijdens multigasduiken

Als u tijdens een duik meer dan een gas gebruikt, stelt Suunto DX u in staat om tijdens de duik te wisselen tussen beschikbare gasmengsels.

Een duik begint altijd met Mix1 (Mix1). U kunt overschakelen op een ander beschikbaar mengsel dat binnen de vooraf bepaalde maximale partiële zuurstofdruk is. De weefselberekening tijdens de duik is gebaseerd op de mengels die u als Primary (primaire) gassen hebt geselecteerd.

Om tijdens een duik gassen te wisselen:

  1. Houd UP ingedrukt.
  2. Scroll door de beschikbare mengsels met UP of DOWN en selecteer het gas dat u wilt gebruiken door op SELECT te drukken.
OPMERKING:

Als er binnen de 15 seconden geen knop wordt ingedrukt, zal de duikcomputer teruggaan naar de duikdisplay zonder het gasmengsel te veranderen.

Het mengselnummer, het O2% en de PO2 voor de mengsels worden weergegeven tijdens het scrollen. Als de vooraf bepaalde PO2-limiet wordt overschreden, knippert de PO2-waarde. In dit geval kunt u niet op dit gas overschakelen. Het mengsel wordt weergegeven, maar u kunt het niet selecteren.

Tijdens het opstijgen vraagt Suunto DX u om van gas te wisselen wanneer het PO2-niveau dat u hebt ingesteld voor het volgende gasmengsel een gaswissel toestaat.

CCR-modus

CCR-modus is een duikmodus die is toegewijd aan duiken met rebreather.

De CCR-modus heeft de volgende instellingen:

In CCR-modus kunt u maximaal drie diluent-gassen en maximaal acht bailout-gassen definiëren. Gebruik de instellingen voor setpoints om uw hoge en lage setpoints en wisseldiepten te definiëren (zie Setpoints).

Closed circuit-gassen

Tijdens een duik met een rebreather heeft u minimaal twee closed circuit-gassen nodig: één is uw pure zuurstoffles en de andere een diluent.

De juiste zuurstof- en heliumpercentages van de diliuent-gas(sen) in uw diluent fles(sen) moeten altijd ingevoerd worden in de duikcomputer (of via DM5) om te zorgen voor juiste weefsel- en zuurstofberekeningen. Diluent-gas(sen) voor een duik met een rebreather worden in het hoofdmenu gedefinieerd onder CC gases (CC-gassen).

Diluent-gassen wijzigen

  1. Houd in CCR-modus DOWN ingedrukt om de instellingen te openen.
  2. Druk op SELECT om CC Gases (CC-gassen) instellingen te openen.
  3. Diluent 1 (Diluent 1) wordt getoond en staat altijd aan (kan niet worden uitgezet).
  4. Druk op SELECT om naar de zuurstofinstelling te gaan.
  5. Stel het zuurstofpercentage bij met DOWN of UP en bevestig met SELECT.
  6. Ga verder met het aanpassen van het heliumpercentage en de PO2-waarde.
  7. Druk nadat u op SELECT hebt gedrukt om de PO2-waarde te bevestigen op UP om naar de volgende diluent te gaan.
  8. Herhaal voor elke diluent stappen 4 en 5.
  9. Druk op MODE om af te sluiten.

Open circuit-gassen

Net zoals met closed circuit-gassen, moet u altijd de juiste zuurstof- en heliumpercentages van open-circuit-gassen (bail-outgassen) definiëren om te zorgen voor correcte weefsel- en zuurstofberekeningen.

Volg dezelfde procedure als voor de CC-gassen om uw open-circuit-gassen te definiëren onder OC Gases (OC-gassen) instellingen.

Nadat u waarden heeft ingevoerd voor Mix1 (mengsel 1), kunt u aanvullende mengsels creëren, Mix2 (mengsel 2) tot Mix8 (mengsel 8). Elk aanvullend mengsel kan primair, secundair of off (uit) zijn. Mix1 (Mengsel 1) is altijd ingesteld als een primair gas.

Om het risico op fouten tijdens een duik te minimaliseren, wordt het sterk aanbevolen om de mengsels in de juiste volgorde in te stellen. Dus hoe hoger het nummer van het mengsel, hoe hoger de zuurstofinhoud. Dit is de volgorde waarin ze normaal gesproken worden gebruikt tijdens de duik. Voor een duik moet u alleen de mengsels die daadwerkelijk beschikbaar zijn inschakelen en controleren of de instelwaarden juist zijn.

De opstijgtijd wordt berekend op basis van de aanname dat u het opstijgprofiel onmiddellijk begint en dat alle primaire gassen worden gewisseld zodra hun maximale gebruiksdiepte dit toestaat. Dat wil zeggen, wanneer de gassen die ingesteld zijn als primaire gassen worden gebruikt, wordt het meest optimale opstijgschema voor dat moment berekend.

Om het meest pessimistische opstijgschema te zien, dat wil zeggen, een schema voor de situatie waarin de gassen niet worden gewisseld, kunt u de gassen instellen als secundaire gassen. De tijd die nodig is om de decompressie te voltooien met behulp van het huidige gas wordt getoond als de opstijgtijd.

Het weergeven van het meest pessimistische opstijgschema tijdens een lange duik kan ertoe leiden dat de opstijgtijd niet meer in het gereserveerde veld past, het duikhorloge geeft dan '––' weer.

OPMERKING:

Bij het instellen van de gassen ziet u dat de berekende maximale gebruiksdiepte in het bovenste veld wordt weergegeven. U kunt niet naar dit gas wisselen voordat u boven deze diepte opgestegen bent.

Setpoints

In CCR-modus zijn er twee setpoint waarden die u kunt instellen, laag en hoog. Normaal gesproken hoeft u de setpoint waarden niet aan te passen. U kunt ze indien nodig echter wijzigen in DM5 of onder de instellingen van de CCR-modus.

  • Laag setpoint: 0,4 – 0,9 (standaard: 0,7)
  • Hoog instelpunt: 1,0 – 1,6 (standaard: 1,3)

Setpoint waarden veranderen:

  1. Houd in de CCR-modus DOWN ingedrukt.
  2. Druk op UP om naar Setpoint (instelpunt) te bladeren en druk op SELECT.
  3. Druk op DOWN of UP om Low Setpoint (laag instelpunt) te selecteren en druk op SELECT.
  4. Druk op DOWN of UP om de waarde voor PO2 in te stellen en accepteer met SELECT.
  5. Herhaal stappen 2-4 voor High Setpoint (hoog instelpunt), indien nodig.
  6. Druk op MODE om af te sluiten.
Overschakelen instelpunt

U heeft de keuze om automatisch of handmatig over te schakelen van setpoint. De automatische diepte voor het overschakelen naar de lage setpoint waarde is 4,5 m (15 ft) en voor overschakelen naar de hoge setpoint waarde 21 m (70 ft).

Het automatisch overschakelen van setpoints staat standaard uit voor het hoge setpoint.

Het overschakelen van het setpoint wijzigen:

  1. Houd in de CCR-modus DOWN ingedrukt.
  2. Druk op UP om naar Switch High (overschakelen hoog) te bladeren en druk op SELECT.
  3. Druk op DOWN of UP om te schakelen tussen aan/uit en druk op SELECT.
  4. Druk op DOWN of UP om de waarde voor Switch High (overschakelen hoog) in te stellen in meters (m).
  5. Druk op SELECT om op te slaan.
  6. Herhaal, indien nodig, stappen 2-4 voor Switch Low (overschakelen laag).
  7. Druk op MODE om af te sluiten.
Instelpunten aanpassen tijdens een duik

De hoge en lage setpoints, of een aangepast (handmatig) setpoint, kunnen tijdens een duik worden aangepast.

Setpoints aanpassen tijdens een duik:

  1. Houd in de CCR-modus UP ingedrukt.
  2. Blader met UP of DOWN naar het setpoint dat u wilt aanpassen.
  3. Druk op SELECT om naar de instelling te gaan.
  4. Druk op DOWN of UP om de waarde aan te passen.
  5. Druk op SELECT om op te slaan.
  6. Druk op MODE om af te sluiten.

Gas wisselen

In CCR-duikmodus, laat Suunto DX tijdens de duik zowel instelpunt- en gaswijzigingen toe voor beschikbare gasmengsels.

Om tijdens een duik de diluent aan te passen:

  1. Houd UP ingedrukt.
  2. Scroll door de instellingen met UP of DOWN om naar de instelling CC Diluent (CC-diluent) te gaan en druk op SELECT.
  3. Scroll door de lijst met diluentgassen via UP of DOWN en druk op SELECT om een Diluent (diluent) te selecteren.

Het wisselen van beschikbare open-circuitgassen gebeurt op dezelfde manier en op hetzelfde tijdstip als het wisselen van closed-circuitduiken (CC) naar een open-circuitduik (OC). Deze functie is handig in bailoutsituaties.

Hyperoxische en hypoxische mengsels

Suunto DX geeft de tekst HYPER (HYPER) weer als de PO2 van het diluentgas meer dan 1,6 bedraagt. De tekst HYPOX (HYPOX) wordt weergegeven als de PO2 van het diluentgas minder dan 0,18 bedraagt.

Gauge (meter) modus

Met de Gauge-modus (meter), kunt u de Suunto DX als bodemtimer gebruiken.

De timer in het midden van de display toont de duiktijd in minuten en seconden, en wordt aan het begin van de duik geactiveerd. De totale lopende duiktijd, in minuten, staat rechtsonder in de hoek.

De timer in het midden van de display kan als stopwatch worden gebruikt door tijdens de duik op SELECT (SELECTEREN) te drukken.

Door op SELECT (SELECTEREN) te drukken, wordt de hoofdtimer opnieuw ingesteld en wordt een bladwijzer aan de duiklog toegevoegd. Het vorige getimede interval wordt onder de hoofdtimer weergegeven.

gauge mode timer Dseries

Gauge-modus (meter) heeft de volgende instellingen

Gauge-modus (meter) is een bodemtimer en bevat derhalve geen decompressie-informatie of -berekeningen.

Table of Content