Suunto on sitoutunut täyttämään tällä verkkosivustolla verkkosivuston saavutettavuusohjeiden (WCAG-ohjeistus) 2.0-version AA-tason vaatimukset sekä myös muiden saavutettavuutta koskevien standardien vaatimukset. Soita yhdysvaltalaiseen asiakaspalvelunumeroon +1 855 258 0900 (maksuton), jos tämän sivuston tietojen saavutettavuudessa on ongelmia.

Suunto Nautic Gebruikershandleiding

Decompressieduiken

Wanneer je de geen-decompressielimiet overschrijdt, toont de Suunto Nautic de decompressie-informatie die je nodig hebt voor de opstijging, afhankelijk van het decompressieprofiel.

Zodra de No deco-tijd 0 min is, wijzigt het weergavegebied om de Deco-tijd weer te geven (ook wel Tijd naar oppervlakte) genoemd: de optimale tijd in minuten die je nodig hebt om met de geselecteerde gasmengsels terug aan de oppervlakte te komen.

deco dive-2

Het plafond wordt alleen of samen met de aanbevolen stopdiepte in het stopveld weergegeven, afhankelijk van het ingestelde decompressieprofiel. Het plafond is de diepte van de eerste decompressiestop.

Je kunt de diepte van de laatste stop instellen op 3,0 meter of 6,0 meter (standaard 3,0 meter) in de instellingen Algoritme. Zie Laatste decostopdiepte.

Tijdens een decompressieduik kan er sprake zijn van verschillende types stop:

  • Decompressiestop: een verplichte stop als je duikt met een Stappen decompressieprofiel (zie Deco-profiel). Decompressiestops worden gemaakt met een vaste interval van 3 meter (10 ft).
  • Veiligheidsstop: Als de veiligheidsstoptijd is ingesteld, krijg je een extra veiligheidsstop na de laatste decompressiestop. De veiligheidsstop is niet verplicht in het geval van decompressieduiken.

Er geldt een decompressievenster van 3 meter (9,8 ft) tussen de decompressievloer en het decompressieplafond. Hoe dichter je bij het plafond blijft, des te optimaler de decompressietijd is.

Wanneer je opstijgt naar de diepte van het plafond en in het decompressievenster komt, zie je links van de diepte twee pijlen.

Duik je met een Stappen-decoprofiel, dan begint de timer met aftellen zodra je in het decompressievenster komt en blijft het plafond een bepaalde tijd gelijk om vervolgens te wijzigen in een diepte die 3 meter (9.8 ft) minder diep is.

In het decompressievenster (Stappen-profiel):

decompression

In de Continue-opstijgmodus wordt het plafond, wanneer je in de buurt bent, continu minder diep bijgesteld zodat de decompressie ononderbroken doorgaat en de opstijgtijd optimaal is.

In het decompressievenster (Continue-profiel):

decompression2

Stijg je op tot boven de diepte van het plafond, dan geldt er nog steeds een veilige marge die gelijk is aan de diepte van het plafond minus 0,6 meter (2 ft). Binnen de veilige marge wordt de decompressie nog steeds berekend, maar krijg je wel het advies om naar onder de diepte van het plafond af te dalen. Dit wordt naast de diepte aangegeven met een gele pijl die omlaag wijst.

Dit wordt weergegeven in het geval van het Stappen-decompressieprofiel:

decompression3

Dit wordt weergegeven in het geval van het Continue-decompressieprofiel:

decompression4

Stijg je verder op en passeer je de veilige marge, dan wordt de berekening van de decompressie onderbroken totdat je weer onder het plafond bent. Met een hoorbaar alarm en een rode pijl omlaag links van de diepte van het plafond word je gewaarschuwd voor de onveilige decompressie. Als je het alarm negeert en drie minuten ondieper dan de veilige marge blijft, gaat de duikcomputer ervan uit dat je de stop hebt overgeslagen, en krijg je een melding dat je het algoritme hebt geschonden.

decompression5

Suunto Nautic wordt niet vergrendeld nadat je het alarm vanwege schending van het algoritme hebt bevestigd. Suunto Nautic blijft het oorspronkelijke decompressieplan weergeven, zelfs als de decompressiestop wordt overschreden. In het venster verschijnt een rode waarschuwing. Deze blijft in het duikvenster staan tot de verplichte decompressiestops zijn gewist of na 48 uur.

Afwijking van het algoritme kan in de volgende situaties voorkomen:

  • Lege batterij

  • Softwarecrash

  • Overschrijding van de maximale dieptelimiet van het apparaat (200 meter).

In al deze gevallen wordt het pictogram dat afwijking van het algoritme aangeeft, in het duikvenster weergegeven, maar werkt het algoritme normaal. Als afwijking van het algoritme zich voordoet tijdens de duik, wordt dit aangegeven in het logboek en in de Suunto app.

WAARSCHUWING:

Maak uitsluitend decompressieduiken als je hiervoor bent opgeleid.

WAARSCHUWING:

STIJG NOOIT OP TOT BOVEN HET PLAFOND! Je mag tijdens decompressie nooit opstijgen tot boven het plafond. Om te vermijden dat dit per ongeluk toch gebeurt, kun je het beste iets ruimer onder het plafond blijven.

WAARSCHUWING:

DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN DE TIJD DIE DOOR DE DUIKCOMPUTER WORDT WEERGEGEVEN! De opstijgtijd neemt toe als je: (1) langer op diepte blijft, (2) langzamer dan 10 m/min (33 ft/min) opstijgt, (3) een decompressiestop maakt onder het plafond en/of (4) vergeet een gaswissel door te voeren. Deze factoren zijn ook van invloed op de hoeveelheid lucht die je nodig hebt om de oppervlakte te bereiken.

WAARSCHUWING:

Wanneer je tijdens een duik met meerdere gassen de melding voor een gaswissel negeert, is de waarde voor tijd naar oppervlakte niet langer correct en moet je langere decompressiestops maken dan aanvankelijk gepland.

Sisällysluettelo