Suunto is committed to achieving Level AA conformance for this website in conformance with the Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.0 and achieving compliance with other accessibility standards. Please contact Customer Service at USA +1 855 258 0900 (toll free), if you have any issues accessing information on this website.

Suunto EON Core Gebruikershandleiding - 2.0

  • Duiken met rebreather

Duiken met rebreather

Je kunt je Suunto EON Core gebruiken voor rebreatherduiken door je apparaat in DM5 aan te passen. Zie Duikmodi aanpassen in DM5 om een nieuwe duikmodus aan te maken. Suunto raadt aan om de klassieke of grafische stijl te gebruiken voor rebreather-duiken. Je kunt echter ook voor opvallende weergaven kiezen en desgewenst velden aanpassen.

Met de vaste instelpuntberekening kan de Suunto EON Core gebruikt worden als een back-upduikcomputer tijdens rebreatherduiken. Je computer controleert of volgt de rebreather op geen enkele manier.

Wanneer je jouw persoonlijke multigasmodus selecteert voor CCR-duiken in de duikmodus, wordt het gasmenu in tweeën gesplitst: CC-gassen (‘closed-circuit gases’ of geslotencircuit-gassen) en OC-gassen (‘open-circuit gases’ of opencircuit-gassen).

OPMERKING:

Voor rebreatherduiken mag de Suunto EON Core uitsluitend gebruikt worden als back-upapparaat. De belangrijkste controle- en opvolgprocedures van je gassen moeten via de rebreather zelf worden uitgevoerd.

Geslotencircuit-gassen

Bij een rebreather-duik heb je minimaal twee gesloten-circuit-gassen nodig: ten eerste je fles met zuivere zuurstof en het andere gas is een verdunnend gas. Je kunt indien nodig extra verdunnende gassen bepalen.

Je kunt alleen maar verdunnend(e) gas(sen) toevoegen aan de gaslijst. De EON Core gaat er standaard van uit dat er zuurstof gebruikt wordt, daarom wordt het niet in de gaslijst weergegeven.

Om ervoor te zorgen dat de weefsel- en zuurstofberekeningen correct zijn, moet je altijd de juiste zuurstof- en heliumpercentages van de verdunnende gas(sen) die je gebruikt in de duikcomputer (of via DM5) invoeren. De verdunnende gassen die bij een rebreather-duik worden gebruikt, staan in het hoofdmenu onder CC-gassen.

Open circuit-gassen

Net zoals met diluents, moet u altijd de juiste zuurstof- en heliumpercentages van bail-outgas(en) voor al uw cilinders (en extra gassen) definiëren om voor correcte weefsel- en zuurstofberekeningen te zorgen . Bail-outgassen voor een duik met een rebreather worden gedefinieerd onder OC gases (OC-gassen) in het hoofdmenu.

Instelpunten

Jouw persoonlijke rebreather-duikmodus heeft twee instelpuntwaarden: laag en hoog. Beide kunnen ingesteld worden:

  • Laag instelpunt: 0,4 – 0,9 (standaard: 0,7)
  • Hoog instelpunt: 1,0 – 1,5 (standaard: 1,3)

Normaal gesproken hoef je de instelpuntwaarden niet aan te passen. Je kunt ze indien nodig echter wijzigen in DM5 of in het hoofdmenu.

Instelpuntwaarden wijzigen in Suunto EON Core:

  1. Houd in de oppervlaktestand de middelste knop ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
  2. Blader naar Instelpunt met de bovenste knop en selecteer met de middelste knop.
  3. Blader naar Laag instelpunt of Hoog instelpunt en selecteer met de middelste knop.
  4. Stel de instelpuntwaarde in met behulp van de onderste of bovenste knop en bevestig met de middelste knop.
  5. Houd de middelste knop ingedrukt om het menu af te sluiten.

Schakelen tussen instelpunten

Er kan automatisch geschakeld worden tussen instelpunten, afhankelijk van de diepte. De diepte voor het overschakelen naar de lage instelpuntwaarde is standaard 4,5 m (15 ft) en 21 m (70 ft) voor overschakelen naar de hoge instelpuntwaarde.

Het automatisch schakelen tussen instelpunten is standaard uitgeschakeld voor het hoge instelpunt.

Automatisch schakelen tussen instelpunten wijzigen in Suunto EON Core:

  1. Houd in de oppervlaktestand de middelste knop ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
  2. Blader naar Instelpunt met de bovenste knop en selecteer met de middelste knop.
  3. Blader naar Overschakelen laag of Overschakelen hoog en selecteer met de middelste knop.
  4. Stel met de onderste of bovenste knop de dieptewaarde voor het schakelen tussen instelpunten in en bevestig met de middelste knop.
  5. Houd de middelste knop ingedrukt om het menu af te sluiten.

Pop-upmeldingen

SetpointSwitched

Tijdens een rebreatherduik kun je ook op elk gewenst moment naar een aangepast instelpunt overschakelen.

Om een een aangepast instelpunt te wijzigen:

  1. Houd tijdens het duiken in een rebreathermodus de middelste knop ingedrukt om het hoofdmenu te openen.
  2. Blader naar Aangepast instelpunt en selecteer met de middelste knop.
  3. Wijzig de instelwaarde met de onderste of bovenste knop en bevestig met de middelste knop.

Een pop-upmelding bevestigt het wijzigen van het aangepast instelpunt.

CustomSetpoint

OPMERKING:

Wanneer je overschakelt naar een aangepast instelpunt, wordt het automatische schakelen tussen instelpunten voor de rest van de duik uitgeschakeld.

Bailouts

Indien u tijdens een duik met een rebreather een storing vermoedt, dan moet u overgaan op een bail-outgas en de duik afbreken.

Overgaan op een bail-outgas:

  1. Houd de middelste knop ingedrukt om naar het hoofdmenu te gaan.
  2. Blader naar OC gases (OC-gassen) en selecteer dit met de middelste knop.
  3. Blader naar de gewenste bail-outgas en selecteer dit met de middelste knop.

Nadat het bail-outgas geselecteerd is, wordt het veld voor het setpoint vervangen met de pO2-waarde van het geselecteerde open circuit-gas.

bailout

Indien de storing wordt opgelost of de duiksituatie op een andere manier weer normaal wordt, kunt u teruggaan naar een diluent gas met behulp van dezelfde procedure als hieronder, maar door een CC gases (CC-gassen) te selecteren.

Table of Content