Suunto is committed to achieving Level AA conformance for this website in conformance with the Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) 2.0 and achieving compliance with other accessibility standards. Please contact Customer Service at USA +1 855 258 0900 (toll free), if you have any issues accessing information on this website.

Suunto EON Steel Gebruikershandleiding - 2.5

Decompressieduiken

Als je de geen-decompressielimiet overschrijdt, is er sprake van een decompressieduik (decoduik). De Suunto EON Steel voorziet je dan van de decompressie-informatie die je nodig hebt voor de opstijging. Informatie over de opstijging wordt altijd met twee waarden weergegeven:

  • Plafond: de diepte waar je niet boven mag stijgen
  • Stijgtijd: de optimale tijd in minuten die je met de desbetreffende gassen nodig hebt om aan de oppervlakte te komen
WAARSCHUWING:

STIJG NOOIT TOT BOVEN HET PLAFOND! U mag nooit opstijgen tot boven het decompressieplafond. Om te voorkomen dat u dit per ongeluk doet, raden we aan om altijd iets onder het plafond te blijven.

Tijdens een decompressieduik spelen drie soorten stops een rol:

  • Veiligheidsstop: dit is een aanbevolen stop van drie minuten na elke duik dieper dan 10 meter (33 ft).
  • Deepstop: dit is een aanbevolen stop wanneer je dieper dan 20 meter (66 ft) duikt.
  • Decompressiestop: dit is een verplichte stop tijdens een decompressieduik, vereist voor je veiligheid en om decompressieziekte te voorkomen.

In Duikinstellingen » Parameters kun je

  • dieptestops in- of uitschakelen (standaard staat deze functie aan)
  • de tijd van de veiligheidsstop instellen op 3, 4 of 5 minuten (standaard 3 minuten)
  • de diepte van de laatste stop instellen op 3,0 of 6,0 meter (standaard 3,0 meter).

De volgende afbeelding betreft een decompressieduik met een plafond op 17,7 meter (58 ft):

deco dive steel

In bovenstaande afbeelding zie je, van onder naar boven, het volgende:

  1. Het decompressievenster (deco window) is de afstand tussen de diepte van het decompressieplafond (Deco ceiling) plus 3,0 meter (9.8 ft) en het decompressieplafond. Het decompressievenster bevindt zich in dit voorbeeld dus tussen 20,7 meter (68 ft) en 17,7 meter (58 ft). In deze zone vindt de decompressie plaats. Hoe dichter je bij het plafond zit, des te beter je de decompressietijd benut.

    Wanneer je opstijgt naar de plafonddiepte en in het decompressievenster komt, verschijnen er links van de diepte twee pijltjes. De witte pijltjes omlaag en omhoog geven aan dat je je in het decovenster bevindt.

  2. Stijg je op tot boven de diepte van het plafond, dan bevind je je nog steeds binnen de veilige marge die gelijk is aan de diepte van het plafond minus 0,6 m (2 ft). In dit voorbeeld is dat dus tussen 17,7 meter (58 ft) en 17,1 meter (56 ft). Binnen de veilige marge wordt de decompressie nog steeds berekend, maar krijg je het advies om tot onder de plafonddiepte af te dalen. De plafonddiepte kleurt dan geel en naast de diepte wijst een gele pijl omlaag.

  3. Stijg je verder op en passeer je de veilige marge, dan wordt de berekening van de decompressie onderbroken totdat je weer tot onder deze limiet afdaalt. Een hoorbaar alarm en een rode pijl omlaag links van de diepte waarschuwen voor een onveilige decompressie.

    Als je het alarm negeert en drie minuten op een diepte boven de veiligheidsmarge blijft, vergrendelt de Suunto EON Steel de algoritmeberekening en is er tijdens de rest van de duik geen decompressie-informatie beschikbaar. Meer informatie vind je onder Algoritmevergrendeling.

Voorbeelden van decompressieweergaven

Hieronder vind je een typische decompressieduikweergave die de opstijgtijd laat zien en de eerste vereiste dieptestop op 20,3 meter:

ascTime

Suunto EON Steel toont altijd de plafondwaarde vanaf de diepste van deze stops. Plafonds voor dieptestops en veiligheidsstops zijn altijd een constante diepte als je op de stop bent. Veiligheidsstops en decompressiestops worden afgeteld in minuten, terwijl de tijden voor dieptestops in minuten en seconden worden weergegeven.

In onderstaande weergave is het plafond van de dieptestop ingesteld op 10,8 meter en bevindt de duiker zich op 11,1 meter. De witte pijlen naast de diepte geven aan dat de duiker zich binnen het decompressievenster bevindt. 1'18'’ in het geel is de tijd voor een optionele stop:

deeptsop steel white arrows

In onderstaande weergave is het plafond van de stop 3,0 meter en bevindt de duiker zich op 3,7 meter. Ook nu geven de witte pijlen aan dat de duiker zich binnen het decompressievenster bevindt. 3’ 09 wordt in het rood weergegeven als de tijd voor een verplichte stop:

ceiling 3 red steel

In het volgende voorbeeld bevindt de duiker zich op 2,4 meter (het plafond is nog steeds 3,0 meter). Hij zit dus binnen het decompressievenster, maar boven de limiet. Met een gele pijl omlaag wordt aangegeven dat de duiker moet afdalen naar de optimale diepte. De optimale diepte (het plafond) is 3,0 meter en in het geel weergegeven:

safety stop yellow steel

In onderstaande weergave is het plafond 3,0 meter en bevindt de duiker zich op 2,3 meter. De duiker bevindt zich buiten het decompressievenster en moet afdalen. Met een rode pijl en een hoorbaar alarm wordt aangegeven dat de duiker dieper moet gaan, en het plafond is in het rood weergegeven. In plaats van de tijd, wordt "- -” weergegeven als de duiker zich buiten het decompressievenster bevindt.

stop red steel

OPMERKING:

Als de duiker langer dan 3 minuten boven het plafond blijft, wordt het decompressiealgoritme vergrendeld.

Hieronder zie je een voorbeeld van wat Suunto EON Steel weergeeft tijdens een dieptestop:

deepstop

In de continue opstijgmodus zal het plafond tijdens decompressiestops continue afnemen hoe dichter je bij de plafonddiepte komt, zodat de decompressie doorlopend plaatsvindt en de opstijgtijd optimaal is. In de trapsgewijze opstijgmodus is het plafond gedurende een bepaalde tijd hetzelfde en gaat dan telkens 3 m (10 ft) omhoog.

OPMERKING:

Wij raden altijd aan om tijdens de opstijging zo dicht mogelijk bij het decompressieplafond te blijven.

De opstijgtijd is de minimale tijd die je nodig hebt om de oppervlakte te bereiken. Hierbij wordt steeds rekening gehouden met:

  • Tijd die nodig is voor dieptestops
  • Opstijgtijd vanaf een diepte van 10,0 m (32,8 ft) per minuut
  • Tijd die nodig is voor decompressie
WAARSCHUWING:

Vergeet niet dat, wanneer u met meerdere gassen duikt, de duikcomputer er bij de berekening van de opstijgtijd altijd van uitgaat dat u alle gassen gebruikt die in het menu Gases (Gassen) zijn opgenomen. Controleer vóór de duik altijd of alleen de gassen voor de geplande duik zijn gedefinieerd. Wis de gassen die voor de desbetreffende duik niet beschikbaar zijn.

WAARSCHUWING:

DE WERKELIJKE OPSTIJGTIJD KAN LANGER ZIJN DAN DE TIJD DIE DOOR DE DUIKCOMPUTER WORDT WEERGEGEVEN! De opstijgtijd neemt toe als u: (1) langer op diepte blijft, (2) langzamer dan 10 m/min (33 ft/min) stijgt, (3) een decompressiestop maakt onder het plafond, (4) en/of vergeet het gebruikte gasmengsel te wisselen. Deze factoren zijn ook van invloed op de hoeveelheid lucht die u nodig hebt om de oppervlakte te bereiken.

Laatste stopdiepte

Je kunt de diepte voor de laatste stopdiepte voor decompressieduiken aanpassen onder Duikinstellingen » Parameters » Laatste stopdiepte. Er zijn twee opties: 3 en 6 meter (15 en 20 ft).

De laatste stopdiepte is standaard ingesteld op 3 m (10 ft). Dit is de aanbevolen laatste stopdiepte.

OPMERKING:

Deze instelling heeft geen invloed op de plafonddiepte tijdens een decompressieduik. De laatste plafonddiepte is altijd 3 m (10 ft).

TIP:

Overweeg de laatste stopdiepte in te stellen op 6 meter (20 ft) wanneer je duikt in ruwe zee en stoppen op 3 meter moeilijk is.

Table of Content